De lessen

Heel belangrijk zijn lezen, schrijven en rekenen. Elk kind moet deze vaardigheden goed leren. Daarnaast komen aardrijkskunde, geschiedenis, dierkunde, plantkunde, heemkunde, meetkunde, natuurkunde, mineralogie, computerles, Nederlands, Engels, Duits en Spaans aan bod.
Ook ruimen we tijd in voor muziek, bewegingskunst, handwerken, toneelspelen en vertelstof, van sprookjes tot het (voor-)lezen van mythen en sagen. Daarmee stimuleren we een gezond evenwicht tussen enerzijds kennis en vaardigheden, en anderzijds de emotionele en sociale ontwikkeling. Want elkaar helpen, respect voor elkaar en het samen optrekken hoort er ook bij.
Elke schooldag begint met lezen. Daarna de periodelessen. In periodes van drie tot vier weken worden de eerste uren van de schooldag besteed aan één hoofdvak. Want dan leren de kinderen het beste. Ook op andere vaste momenten oefenen we met taal, lezen en rekenen. Ieder kind heeft immers veel oefening nodig om zich de lesstof echt eigen te maken. Ritme en regelmaat worden verder aangebracht met seizoenen en seizoensfeesten, leeropdrachten passen bij het seizoen.